'Minder grote grazers goed voor Oostvaardersplassen, maar te vroeg voor volledige conclusies'

FLEVOLAND • Do 4 december 2025 | 17:00 • Donderdag 4 december 2025 | 17:00

Het verminderen van het aantal grote grazers en aanpassen van de waterstand in het moeras hebben een positief effect op de Oostvaardersplassen. Toch zijn veel maatregelen nog te kort van kracht om te kunnen vaststellen of de natuur voor de lange duur daadwerkelijk verbetert. Hiervoor is langer onderzoek nodig.

Dat is samengevat de conclusie van de zogeheten review, oftewel evaluatie, van het beheer van de Oostvaardersplassen tussen Lelystad en Almere. Die is tussen april en oktober uitgevoerd door Wageningen Environmental Research (WENR) in opdracht van de provincie. Dat rapport is donderdag naar Provinciale Staten gestuurd. Tot de review was in 2018 geadviseerd door een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Pieter van Geel over het beheer van de Oostvaardersplassen.

De provincie is sinds 2016 verantwoordelijk voor het beheer van de Oostvaardersplassen. Elke winter was er grote maatschappelijke onrust over het afschieten van edelherten, heckrunderen en konikpaarden vanwege voedselgebrek en overbegrazing.De provincie vroeg de Commissie Van Geel het beleid te evalueren en met voorstellen te komen. Die adviseerde in april 2018 dat het aantal grote grazers blijvend omlaag moest, omdat zij te veel gras en andere planten opeten en daarmee vogelsoorten verjagen. Ook moest de waterstand in het moeras zo snel mogelijk worden gereset om het riet en andere planten tijd te geven zich te herstellen, wat veel vogelsoorten zou helpen. Verder moest het halfopen landschap worden hersteld.
In het coalitieakkoord van de provincie is in 2023 afgesproken dat de maatregelen dit jaar zouden worden geëvalueerd.

Wageningen Universiteit heeft beperkt veldonderzoek in de Oostvaardersplassen gedaan, maar vooral een "kritisch-wetenschappelijke" analyse gemaakt van eerdere rapporten van de provincie en Staatsbosbeheer. De de review is ook geen evaluatie van het beleid of een aanzet voor nieuw beleid, zegt WENR. Zij heeft gekeken of het door Van Geel voorgestelde beleid effect heeft gehad.

Grote grazers
In oktober 2017 liepen er ruim 5.200 grote grazers rond in de Oostvaardersplassen, waarvan er in de daaropvolgende winter 3.000 werden afgeschoten of stierven door honger. Van Geel stelde voor het aantal dieren terug te brengen naar circa 1.100, met in het najaar een maximum van 1.500. Gewenst was 230 heckrunderen, 450 konikpaarden en 490 edelherten.

Het aantal dieren is tussen 2019 en 2023 teruggebracht en dit wordt door Staatsbosbeheer op peil gehouden met afschot. Dankzij minder grazers is er weer meer vegetatie (gras en struiken) en dus ook meer voedsel voor de dieren. Wel ondervinden de grazers concurrentie van met name grauwe ganzen, die in groten getale het gras kort houden. Minder gras en het weer hebben invloed op het aantal grazers, al voert Staatsbosbeheer bij als er te weinig voedsel is.

Daarmee zijn de grazers in het algemeen nu in een goede lichamelijke conditie, ook al worden er nog steeds dieren afgeschoten. Bijvoeren gaat volgens de onderzoekers wel in tegen het beleid, dat bijvoeren moet stoppen als het aantal grazers en de hoeveelheid vegetatie met elkaar in evenwicht zijn.

Sinds 2018 is het landschap aangepast en zijn er meer bomen en struiken geplant, waarvan een deel in de winter als beschutting kan dienen. Door de afname van het aantal grote grazers hebben riet en ruige gewassen zich kunnen herstellen, waarvan sommige vogelsoorten en mogelijk ook zoogdieren profiteren. Maar de WENR-onderzoekers denken dat het aantal grazers toch nog te groot is om de vegetatie echt goed te laten herstellen.

"Het hand-aan-de-kraan-principe (het streng reguleren van het aantal grote grazers - red) is nog niet toe te passen in de praktijk, omdat allerlei maatregelen grotendeels recent zijn uitgevoerd en zich nog in een beginstadium van ontwikkeling bevinden", aldus de review. In 2029 zou herzien moeten worden of de aantallen grote grazers de juiste zijn om de natuurdoelen in het gebied te halen, zo neemt WENR over uit een ander rapport.

Moeras en vogels
Dat het nu nog te vroeg is voor conclusies, zeggen de onderzoekers ook over de reset van het moeras. Daar is in 2019 het waterpeil verlaagd om riet de kans te geven zich te herstellen, zodat er nieuwe broedplaatsen ontstaan voor vogels. Sindsdien is er 600 hectare riet bijgekomen en zijn er vogelsoorten gezien die eerder minder voorkwamen. Pas afgelopen oktober is het waterpeil in het westelijk moeras weer verhoogd. De effecten hiervan kunnen nog drie jaar op zich laten wachten. In het graslandgebied Waterlanden wordt nog gewerkt aan het waterpeil, dat waadvogels en eenden ten goede moet komen. "Daarmee is het te vroeg om de daadwerkelijke ecologische effecten in kaart te brengen."

Van de Natura 2000-broedvogels zijn er sinds 2022 van enkele soorten meer vogels waargenomen, maar slechts drie van de 14 soorten halen het instandhoudingsdoel van de Vogelrichtlijn: de grote zilverreiger, de bruine kiekendief en de blauwborst. Veel soorten halen de doelen dus nog niet. Het aantal aalscholvers is sinds 2020 sterk afgenomen.

Bij niet-broedvogels halen 11 van de 19 de doelstelling, waaronder de brandgans, krakeend en wintertaling. De lepelaar en smient halen die doelstelling niet. Van de 45 waargenomen vogelsoorten op de zogeheten Rode Lijst werden er 21 slechts sporadisch gespot. Ook nu is de conclusie: het is te vroeg om de effecten van de beheermaatregelen in kaart te brengen.

De onderzoekers constateren dat in het huidige beleid helemaal niet wordt bijgehouden hoe het gaat met de vissen, kleine zoogdieren, insecten en amfibieën. Terwijl hun aanwezigheid van groot belang is voor de vogels in het gebied. WENR adviseert hiervoor alsnog doelen te formuleren en geregeld onderzoek naar te doen.

Wageningen Universiteit waarschuwt de provincie en Staatsbosbeheer voor de oprukkende berenklauw, Amerikaanse rode rivierkreeft en andere invasieve exoten. Staatsbosbeheer heeft tijdens de review aangegeven geen idee te hebben hoeveel rivierkreeften er in de Oostvaardersplassen voorkomen, terwijl dit van invloed kan zijn op andere waterdieren.

Toerisme en recreatie
De Commissie van Geel deed in 2018 ook aanbevelingen om de Oostvaardersplassen aantrekkelijker te maken voor toerisme en recreatie. De onderzoekers zien dat hiermee voortgang is geboekt in de vorm van de nieuwe bezoekerscentra van Staatsbosbeheer aan de Almeerse en Lelystadse kant van het gebied. Wel is de ontwikkeling van het Hollandse Hout als "toegangspoort" nog niet gereed. Wel zijn er paden voor wandelaars, fietsers en ruiters plus steigers voor waterrecreanten nabij de Oostvaardersplassen bijgekomen.

Staatsbosbeheer, de provincie en gemeenten hebben in hun visie voor het Nationaal Park Nieuw Land benoemd dat ze streven naar twee miljoen bezoekers per jaar. De onderzoekers van Wageningen Universiteit missen hierbij de gevolgen die dit heeft voor de bereikbaarheid van het gebied. Een onderzoek naar verkeersstromen wordt nog uitgewerkt. Ook zijn er nog geen extra parkeerplaatsen bij de Praambult gerealiseerd, hoewel daar veel mensen naar toe gaan. WENR adviseert de doelen beter op te schrijven en de voortgang in de gaten te houden.

In algemene zin adviseert Wageningen Universiteit om door te gaan met het monitoren van de stand van plant en dier in de Oostvaardersplassen. Er zijn gegevens van meerdere jaren nodig om het beleid voor de grote grazers goed te kunnen bepalen. Waar nodig moet het aantal dieren worden verminderd om overbegrazing te voorkomen.

De onderzoekers adviseren ook dat de communicatie naar het publiek wordt verbeterd over het doel en de voordelen van de genomen maatregelen, zodat er meer begrip en steun voor ontstaat.

WhatsApp ons!
Heb jij een tip of verbetering? Stuur de redactie van Omroep Flevoland een bericht op 0320 28 5050 of stuur een mail: rtv@omroepflevoland.nl!

Deel artikel